Over...maar niet uit
Onlangs was ik dood
Door Huub Luijckx
Om 19:10 uur belt Martine 112. ‘Mijn man gaat dood, er moet nu iemand komen!’, maakt ze opgewonden duidelijk en noemt het adres. Omdat de telefoniste blijft informeren naar de situatie, herhaalt Martine enkele keren wanhopig haar boodschap, niet wetende dat er om 19:11 uur een melding is uitgegaan naar alle hulpdiensten. De telefoniste maant Martine tot kalmte.
Het was donderdag 18 april 2024. De dag heb ik vanuit huis gewerkt, geen klant bezocht. ’s Morgens ben ik nog wel bij de medisch masseur langs geweest in verband met aanhoudende atypische pijnklachten in nek en beide armen. Mijn energie is lager dan gebruikelijk, want vanwege genoemde klachten zijn de nachten kort, de slaap onderbroken. De dag heeft ook een bijzonder tintje want Milo is samen met Martine naar de orthodontist geweest om zijn beugel na 2 jaar te laten verwijderen. Na thuiskomst hebben we zijn rechte en stralende gebit bewonderd en een taartje gegeten. Martine blijft de rest van de dag thuis werken. Milo zal vanavond zijn training overslaan vanwege de toets morgen.
Einde middag vraagt Martine of ik mee ga hardlopen. Ondanks een verminderde energie besluit ik mee te gaan. Dikwijls voel ik me fitter na het lopen, dus waarom nu niet. Zoals altijd lopen we samen op, maar splitsen bij de Kromme Rijn omdat ik een grotere ronde loop. Echter, zo lang wordt ie niet, na enkele kilometers besluit ik langs de rivier terug te gaan. De batterij is leeg, de laatste kilometer zelfs in wandeltempo gelopen. Als ik Martine tref wandelen we samen het laatste stukje naar huis. Daar zullen we koken en met een wijntje toosten op Milo’s beugelloze mond.
Twee glazen wijn ingeschonken. Groente snijden lukt me niet. Nooit eerder die ervaring gehad. Ik heb altijd wel reserve, ook bij flinke vermoeidheid. Als ik Martine vertel dat het niet gaat, neemt ze het over en zegt: ‘Ga anders even zitten, ik kook wel’. Ik pak mijn glas wijn en loop naar de bank. Eenmaal zittend zwelt een onbehaaglijk gevoel aan, het slokje wijn dat ik neem smaakt niet. Niet pluis, weet ik. Ik zet mijn glas terug en begeef me weer naar de keuken: ‘Het gaat echt niet goed’, zeg ik. Martine loopt met me mee terug richting bank. Dan zeg ik: ‘Je moet bellen’. Ik voel een donker, bedrukt gevoel aan de linkerzijde van mijn borstkas. In drie grijsgroene banen, aangezogen door een einder, verdwijnt mijn leven. Ik ben stervensbewust. De bank breekt mijn val.
Martine ziet me vallen, instrueert Milo om de buurvrouw te halen en belt 112. Ik zie al snel doodsbleek en er komt schuim uit mijn mond. De buurvrouw arriveert snel en begint met hartmassage. Omdat ik half op de bank lig, vraagt ze Milo om ook haar man te halen. Samen trekken ze me naar de grond voor een effectieve hartmassage onder begeleiding van de telefoniste van 112. Via de app HartslagNu ontvangt een stel van een paar huizen verderop, beiden arts, een oproep en snellen samen naar onze woning. Een buurtgenoot die ze onderweg tegenkomen, vragen ze snel de AED te halen die tegenover ons huis aan de school hangt. Zover komt hij niet omdat de ambulance, die al in de buurt was, reeds arriveert. Het is dan 19:13 uur. De buurtgenoot helpt het personeel spullen mee naar binnen te dragen, waar het artsen-stel de buurvrouw hebben afgelost en mij borstcompressies geven en beademen. De buurman heeft zich ontfermd over Milo die in de keuken is weggekropen en de helpende buurtgenoot ontfermt zich later over Martine, die voortdurend bij me wil zijn. Spoedig zal de huiskamer vol staan met de overige hulpdiensten en vormen brandweerlieden een haag om Martine van mij af te schermen.
Na het aansluiten van de AED blijkt sprake van ventrikelfibrilleren; er wordt geen bloed meer rondgepompt, mijn hart staat stil. Er zijn 9 schokken van het apparaat nodig om de circulatie weer op gang te brengen. Ik ben dan bij bewustzijn en zie vaag een geüniformeerde vrouw die me, gebogen in mijn richting, onderzoekend aankijkt. ‘Hoe gaat het Huub’, vraagt ze. ‘Gaat goed’, zou ik droogjes geantwoord hebben. Er is een hap uit mijn geheugen. Ik constateer dat ik op de grond lig en dat er veel volk over de vloer is. Wil eigenlijk de draad oppakken, koken, eten, toosten op Milo. Bewust ben ik slechts bij vlagen.
Liggend op de brancard op de oprit van ons huis als Martine me snikkend een kus geeft en zegt: ‘Dag schatje, ik hou van je’, voordat ik de Ambulance in word gereden. Het is dan 19:33 uur. En ook tijdens de rit, die verre van comfortabel is door een pijn op de borst en een overdruk zuurstofmasker op mijn mond en neus, hoor ik af en toe wat, zoals de bestemming (het UMC Utrecht), maar ook: ‘Hij valt weg’. Dat er sprake is van een ernstige medische situatie is me inmiddels duidelijk.
Om 19:38 uur is de ambulance aangekomen bij het ziekenhuis. Ik hoor de stemmen van het zorgpersoneel dat me in snel tempo de spoedeisende hulp inrijdt. Als in een film zie ik het plafond voorbijschieten. Eenmaal tot stilstand gekomen hoor ik meerdere stemmen om me heen. Er wordt snel gepraat, korte instructies, antwoorden en in hoog tempo worden handelingen met me verricht. Een arts vraagt aan me hoe het gaat. Ik benoem de pijn op mijn borst. ‘Daar gaan we iets aan doen’ zegt ie. Uit zijn woorden blijkt dat er een ingreep zal volgen. Ik heb geen besef van tijdsduur en raak geregeld weg.
Vervolgens lig ik op de Hart-OK. Er worden dingen in gereedheid gebracht, zo blijkt uit het rumoer om me heen. Er is even consternatie, een gevraagd voorwerp in een laatje zou er niet liggen. Een medewerker wil de voorbereidingen voor de ingreep in mijn lies treffen, de interveniërende cardioloog beslist anders. Ik onderga het gelaten. Ik voel een koele vloeistof over mijn rechterpols en later een bewegend voorwerp dat door mijn ader glijdt ter hoogte van mijn schouder. Een man rechts van mij, kennelijk de interventionist, tuurt op een monitor tegenover hem. Hij praat (tegen mij?), maar ik neem maar deels waar en met tussenpozen. Aangekomen in het hartgebied hoor ik enige ernst in zijn stem als hij de oorzaak van mijn hartstilstand vaststelt.
Na de ingreep naar de CCU gebracht, de intensive care voor hartpatiënten. Martine is bij me. Een arts komt verslag doen, zijn gezicht verraadt ernst. Ik heb een groot infarct doorgemaakt, zo vertelt hij. Een voorliggende kransslagader aan het begin van mijn hart is volledig dichtgeslibd. Eenvatslijden. Er is een stent geplaatst dat het vat openhoudt, maar vanwege de ongunstige plaats van het infarct is een groot deel van het hart geraakt. De linkerventrikelfunctie is slecht. Het is onzeker hoe het zich verder zal ontwikkelen. Ik lig met plakkers aan de monitor, mijn bloeddruk wordt ieder kwartier automatisch gemeten en een kapje over neus en mond dringt zuurstof op. ‘Dit gaat niet over mij’, zou ik later zeggen, als zijnde mijn gedachten op dat moment. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet ten volle bewust van de situatie was. Alsof ik me instinctmatig afsloot voor hetgeen ik op dat moment nog niet aan zou kunnen. Martine zal de boodschap van de arts overbrengen in de wachtkamer verderop, gevuld met vrienden en familie die in allerijl zijn opgetrommeld. Een loodzware opgave voor haar.
Even later zie ik de gezichten van Eva en Sam, mijn uitwonende kinderen. Eva houdt mijn hand vast, ze spreekt lieve woorden. Sam staat ergens rechts van me en vindt het duidelijk moeilijk om me zo te zien liggen. Ook mijn broer is er en een aantal vrienden. Ik zie bedrukte gezichten. Dan zijn ze weer weg. Martine is er al de tijd met volle aandacht en liefde. Er wordt een soort ligstoel voor haar in gereedheid gebracht. Ik voel pijn, veel pijn. Het is later op de avond en ik zal de grote klok boven de deur ieder uur zien aanwijzen tot de volgende ochtend.
Op de dag die volgt, kantelt het beeld. Ondanks de aanhoudende stijgende waardes van hartenzymen in mijn bloed, dat om de paar uur wordt afgenomen, voel ik me beter. De pijnstilling blijkt zijn werk te doen. Martine is meer dan opgelucht als ik bij de verpleging om een plasfles XXL vraag. Mijn flauwe grappen zijn nog nooit zo welkom geweest, vertelt ze later. In de middag blijkt uit een echocardiogram dat de linkerventrikelfunctie is verbeterd; waar eerst de linkerkamer onsamenhangende bewegingen liet zien, is nu duidelijk sprake van een knijpbeweging. De pompkracht van mijn hart wordt als redelijk geduid. De triflow, een adem-oefenapparaat met drie gekleurde balletjes die bij aanzuigen omhoog floepen, wordt me uitgereikt. Het oogt als een kinderspeeltje, maar het valt me niet mee om alle drie de balletjes in de lucht te brengen. Het levert in ieder geval een eerste vrolijke foto voor het thuisfront op. Een dag later loopt de arts, die kort op de ingreep verslag kwam doen, binnen. Hij is aangenaam verrast door het optredende herstel en kijkt aanzienlijk minder ernstig. Ik mag na twee dagen van de CCU af, naar een verpleegafdeling met hartbewaking.
Daar lig ik samen met lotgenoot J. op een kamer. We dragen een kastje om de nek waaruit draden zijn verbonden met plakkers op de borst. Zodoende kan de verpleegpost ons in de gaten houden. J. noemt het onze haverzak. Als twee makke paarden schuifelen we een beetje op de afdeling rond. We hebben serieuze gesprekjes, maar ook lol. De verpleging lacht soms mee, maar als we willen apenkooien stuiten we op ‘onbegrip’. Dat woord komt niet voor in de vocabulaire van de doorgaans veel jongere zorghelden. Voor het eerst kan ik douchen, helemaal zelf, wel aangelijnd aan het kastje dat om het hoekje, droog aan een haakje hangt. Stilaan krijg ik meer uitleg over wat er is gebeurd en wat dat mogelijk betekent. Er wordt een vochtbeperking opgelegd van 1 ½ liter per dag gezien mijn hartfalen. Weg kroegavonden. Driemaal daags slik ik allerlei medicijnen, sommige met vrolijke kleurtjes. De vrolijkste heeft ook dat effect, maar blijkt zeer verslavend. Die zal ik moeten afbouwen. De impact van mijn hartstilstand wordt meer en meer voelbaar. Ik voel me soms verdrietig, maar huilen gaat eigenlijk niet vanwege gekneusde borstribben. Een medisch maatschappelijk werker, waar ik herhaaldelijk om heb verzocht, heeft me liefdevol aangehoord en uitleg gegeven over wat ik doormaak en wat ik nog kan tegenkomen. Het geeft me enig houvast. Een fysiotherapeut stelt vast dat ik stukjes zelf kan lopen waaronder een trap op en af en daarmee zelfredzaam ben.
Dus mag ik na vijf klinische dagen naar huis met een stabiele circulatie, maar wel verzwakt door het incident en een verminderde conditie door de ‘bedrust’. De weg van afdeling naar auto leg ik af per rolstoel, geduwd door Martine met een tussenstop bij de ziekenhuisapotheek. Met een grote papieren tas vol medicijnen op mijn schoot rijden we naar huis. Daar neem ik plaats op de bank, de bank die mijn val brak. In het vloerkleed zit nog een bloedvlek als herinnering aan het ongeval. De gebeurtenis van de voorgaande donderdag speelt af in mijn hoofd gevolgd door vragen. Wat als ik niet in het land had gewoond dat de wereldranglijst aanvoert op het gebied van reanimatiezorg? Wat als Milo zijn beugel niet verwijderd zou worden die dag en mijn levenslief niet zou thuiswerken? Wat als Milo wel was gaan trainen? Wat als ik alleen was gaan hardlopen in Amelisweerd en het noodlot eerder toesloeg? Wat als de ambulance niet in de buurt zou hebben gereden?
De eerste dagen thuis zijn gevuld met bezoek, van Sam en Eva, vrienden en familie, maar ook van de ‘buurtengelen’. De ontbrekende puzzelstukjes van mijn onderbroken geheugen worden gelegd. Een besef van wat het voor me betekent dat ik aan een blijvende dood ben ontsnapt, is er nog niet. Lieve kaarten, appjes en vele bossen bloemen stromen binnen, de aandacht voelt als een warm bad. Wandelen doe ik korte stukjes, onder begeleiding van Martine, Eva of een vriend die aan komt waaien. Steeds een stukje verder. Trots kan ik op de stappenteller van de app met het hartje de vooruitgang lezen. Zwaardere lichamelijke inspanning, een helling op of de trap op, is een rare gewaarwording. Alsof ik tegen een plafond aandruk; mijn hartslag wordt laag gehouden door de bètablokkers die ik slik. De eerste tijd vraag ik me voor het slapengaan af of ik er de volgende dag nog zal zijn. De ochtenden erop ben ik blij verrast dat ik de nacht ongeschonden ben doorgekomen. Overdag slapen is er niet bij; steevast schrik ik op zodra ik dreig in te dommelen. Veel in mijn lijf voelt anders, vooral achter de gekneusde ribbenkast. Martine wijkt niet van mijn zij of schakelt oppas in als ze een enkele keer echt weg moet. Alles zal wennen.
En alles went, gelukkig. Als de hartrevalidatie na enkele weken start, komt er meer vaste structuur in mijn leven. Ik doe de dagelijkse boodschappen, kook, wandel, bezoek een museum en start voorzichtig met hardlopen. De revalidatie beslaat 12 sessies fysieke training in het ziekenhuis. Ik besluit deze te verlengen op eigen kosten om mijn herstel maximaal te bevorderen. De geboekte vakantie eind juli – begin augustus in Californië laat ik aan me voorbijgaan; voor meerdaagse trekking in de ruige natuur van een nationaal park is het nog te vroeg. Milo en Martine gaan na goed overleg twee weken samen. Daarna nemen Martine en ik de TGV naar Avignon, huren een auto en verblijven een week in de gîte bij onze vrienden H. en C. in de Drôme. De week ervoor is in het ziekenhuis vastgesteld dat de pompfunctie van mijn hart weer nagenoeg normaal is. Mijn intensieve trainen heeft vruchten afgeworpen. Op de fiets van H. beklim ik voor het eerst weer een colletje, de Col de l’homme mort. Met tranen in de ogen en relatief gemak bereik ik de top. We dopen de naam om tot Col de l’homme vivant. De Mont Ventoux, die we dagelijks vanaf het terras bewonderen, laat ik dit jaar rustig liggen. Martine en ik genieten samen en komen tot rust na een ‘enerverende’ periode.
Met een zonnige midweek op Texel eind augustus waar ik Sam bezoek en Eva ook twee daagjes langskomt, loopt de zomervakantie ten einde. Heerlijk om samen met mijn kinderen te zijn. Na een festivalweekeinde op Vlieland begin september, wat ik redelijk goed volhoud door meerdere rustmomenten in te bouwen, begin ik aan het staartje van de hartrevalidatie: Een training stresshantering met vijf thematische bijeenkomsten die me het nodige inzicht verschaffen in wat ik als stress ervaar en hoe ik daar anders mee om kan gaan. Op eigen initiatief start ik ook met een 5 maanden durende basistraining Zen meditatie. Is het mogelijk dat stress (de) reden is geweest voor mijn hartstilstand? Tenslotte had ik een uitstekende fysieke conditie, rookte al 20 jaar niet meer, at doorgaans gezond en waren er geen familiaire aanknopingspunten. Wel was mijn ‘slechte’ cholesterol, kort voor het incident gemeten, wat hoger dan normaal. Ervoer ik eigenlijk veel en/of langdurige stress voor mijn uitval? Wanneer is stress ongezond? Vragen die ik stelde, maar waarop een antwoord niet eenvoudig te vinden is.
Op zoek naar antwoorden vind ik veel troost en herkenning in de inleiding van ‘De Zin van het Leven’, een boek van Fokke Obbema, een lotgenoot die ook een hartstilstand heeft gehad. Een eenduidig antwoord op de vraag wat de zin van het leven is, of wat de betekenis is van mijn korte dood, haal ik niet uit de opvolgende interviews in het boek. Ik houd het erop dat je vooral zin in je leven moet maken (zonder al te veel hedonisme) en dat het liefdevol verbonden zijn met anderen daarbij essentieel is. In mijn geval is dat bovendien van levensbelang gebleken. Een enkele keer herlees ik de verpleegkundige verslagen in mijn medisch dossier van het ziekenhuis. Dan voel ik even compassie met mezelf en wordt bevestigd wat een geluk ik heb gehad. Tranen vloeien. Een zekere houvast en uitdaging vind ik in het schrijven. Iets wat ik altijd al heb willen doen, maar er nooit van is gekomen. In Frankrijk medio augustus werd ik midden in een nacht wakker en diende zich een stroom van woorden aan voor een gedicht. Ik ben gaan zitten en schrijven en doe dat vandaag de dag nog steeds, hoofdzakelijk gedichten.
Stapsgewijs normaliseert mijn leven in de laatste maanden van 2024. Heb vertrouwen in mijn lijf tijdens langere hardlooprondjes in het bos en bezoek weer een sauna. Ik kan volop genieten van de kleine dingen in het leven en ben positiever ingesteld, zo krijg ik van Martine terug. Maar er zijn ook mindere dagen, dan hebben somberheid en onzekerheid de overhand. In oktober zet ik de eerste stap richting werk, blij en tevreden dat ik ook weer wat kan bijdragen, al is het nog niet heel veel. Met de afronding van het actieve herstelprogramma komt er meer ruimte voor bezinning op mijn leven en de toekomst. Dat roept nieuwe vragen op. Heb ik me te veel laten leiden door wat zich aanbood, moet ik meer regie nemen, mijn eigen behoeften beter leren kennen en centraler stellen? Hoe wil ik het vervolg van mijn leven inrichten, kan ik alles weer aan als voorheen, wil ik dat, moet ik andere keuzes maken? Vragen waarop ik tot op vandaag nog geen concrete antwoorden heb. Maar inzicht groeit.
Zo denk ik dat ik mijn werk, zoals ik dat voor mijn hartstilstand deed, niet meer kan uitoefenen. In mijn werk leg ik de lat hoog en zeg ik moeilijk nee bij een grote klantvraag. De laatste jaren klaagde ik geregeld over de werkdruk die ik kon ervaren en haalde ik ook niet de bevrediging uit het werk als voorheen. Geleidelijk aan groeit het besef dat ik me te vaak heb laten leiden door de behoeftes van anderen en te weinig heb stilgestaan bij de vraag wat ik zelf wil. Vooralsnog heb ik behoefte aan ruimte en tijd voor bezinning, ook ten aanzien van re-integratie. Mentaal voel ik niet meer helemaal de oude Huub. Mijn geheugen is minder, ik kan minder goed omgaan met prikkels en zoek vaker de afzondering. Er is, nu ik de dood heb aangekeken, iets in mij veranderd. Ik wil meer plezier en zingeving ervaren in werk en leven, zo houd ik mezelf en anderen voor, maar weet vooralsnog niet zo goed wat en hoe.
Een aantal dingen is me wel duidelijk nu het leven me hiernogmaals is gegeven. Er zijn mensen waar ik zielsveel van hou, die van mij houden en die ik niet wil missen. Die naast me stonden en staan in deze periode van mijn leven. Koester wat je al hebt. Kan zo op een tegeltje. En dat geldt natuurlijk ook voor het leven zelf. Vandaar dat ik ernaar uitkijk om mijn verjaardag te vieren in februari 2025. Niet omdat ik dan de leeftijd van 60 hoop te bereiken, beter gezegd 59 plus 1, maar omdat ik het leven wil vieren samen met degenen om wie ik geef. Verder wil ik vrij baan geven aan de creativiteit die altijd al in mij borrelde. In de twee jaren voor mijn hartstilstand heb ik met veel plezier cursussen gevolgd op theatergebied. Mijn ‘gekte’ moet de vrije loop en die kan ik goed kwijt in improvisatietheater. Daarnaast merk ik dat het schrijven, dat ik van de zomer in Frankrijk heb opgepakt, me veel brengt. Het helpt me dingen beter te doorvoelen, scherper te formuleren en daagt me uit meer te geven, meer te laten zien. Stille getuige hiervan is deze bundeling gedichten die ik graag deel met wie het lezen wil. Ik zie enorm uit naar deel II van mijn leven en hoop vooral dat de mensen die ik liefheb hierin een belangrijke rol blijven spelen.
ONLANGS WAS IK DOOD
Door Huub Luijckx
Onlangs kwam hij langs, de dood
Genomineerd voor het verleden,
onverwacht, er leek geen reden,
legde ik het laatste lood
Het doodsmoment dat staat me bij
Door drie grijsgroene bogen,
werd ik voelbaar, door een einder aangezogen,
hooguit twee tellen, duurde het voor mij
En toen? Zou menigeen mij vragen
Nou, er was niets, niets wat gedijt
Maar achteraf zou het dagen,
ik was onvoltooid verleden tijd
Dat is weinig doodganger gegeven,
te memoreren, de eigen dood
Mij wel, hiernogmaals mag ik leven
Wie daartoe hielp; mijn dank is groot
En nu ik weet hoe sterven gaat,
vond ik de handleiding voor leven
Onlangs was ik dood
Gelukkig duurde het maar even
Hier Ben Ik Weer! Dit is hét platform voor mensen die gereanimeerd zijn.
Hier is Richard weer!
In 2018 kreeg ik een hartstilstand na een badmintontraining. Dankzij de snelle hulp van omstanders werd ik gereanimeerd en met de ambulance, die de sporthal eerst niet kon vinden, naar het ziekenhuis gebracht. Na vijf dagen in een kunstmatige coma, een maand ziekenhuisopname en een zware hartoperatie met omleidingen, begon de lange weg naar herstel. Door de handen van de clubgenoot die mij reanimeerde was mijn borstkas flink gekraakt en pijnlijk. Ook de littekens op mijn borstkas waren lange tijd heel gevoelig. Bovendien was bloedtransfusie nodig om mijn hartfunctie te verbeteren.
Weer een week lag ik in het ziekenhuis, ik kon alleen zelfstandig omhoog komen in het ziekenhuisbed door mij zelf op te trekken aan een gedraaid laken dat de verpleegster aan het voeteneinde van mijn bed had gebonden. Dit ging erg moeilijk en ging gepaard met hevige pijnscheuten. Een keer had de verpleegster dit laken niet goed vastgebonden en schoot deze los toen ik bijna rechtop zat. Ik klapte met een ruk naar beneden en schreeuwde het uit. Het was alsof mijn hele romp in brand stond.
Geheugenverlies, pijn in de borststreek, medicatie, spier- en gewichtsverlies en concentratieproblemen maakten de revalidatie zwaar. De eerste weken zag ik wazig en had moeite met tv kijken en lezen. Ik moest ook gedeeltelijk opnieuw gitaar leren spelen. Mijn doorgaans goede geheugen is over het tijdvak van een paar maanden voor mijn reanimatie minder goed. Gelukkig is dit later weer hersteld.
In de eerste weken was ik veel thuis op de eerste verdieping in ons appartement. Een heel andere situatie dan de beschermde wereld van witte jassen, infusen, het gezoem, piepjes van de apparatuur en eindeloze medicatie. Attente verpleegsters die om zes uur in de ochtend met een stem als door een luidspreker in mijn buik prikten en zorgelijk kijkende artsen in de loop van de dag.
Natuurlijk was ik blij om weer thuis te zijn ondanks de napijn en pijnstillers. Wel vonden mijn en vrouw het erg jammer dat de Vereniging van Eigenaars niet ingreep bij herhaaldelijke nachtelijke geluidsoverlast veroorzaakt door andere buurtbewoners.
Langzaam werden de ronden die ik samen met mijn vrouw mocht lopen iets groter. De mensen die mij kenden zeiden geschokt: “Je hebt wel een jas uitgedaan!”
Mijn verzwakte gezondheid had ook financiële gevolgen zodat wij die altijd gewerkt hebben en een eigen huis hadden van een uitkering moesten leven. De overheid beloofde aanvankelijk hulp bij het zoeken naar passend werk en omscholing maar deed eigenlijk niets. Mijn vrouw hadden een plan ingediend om te verhuizen en daar een bedrijf te starten met ons eigen geld. Onze vaste contactpersoon, een ervaren maatschappelijk werkster, leefde met ons mee en vond het een goed idee. Jammer genoeg heeft de men dit plan verder niet gesteund.
Pas na drie, nee eigenlijk vijf jaar voelde ik me eindelijk in staat om weer wat met mijn leven te doen. Niet meer overleven maar leven dus!
Een aantal jaar geleden zijn wij naar Drenthe verhuisd vanwege de rust, ruimte en natuur. Dit bevalt goed maar ook hier loop ik tegen onbegrip aan over mijn leven als gereanimeerde. Ook met sport moet ik nog regelmatig mijn grenzen aangeven. Ik speel een leuke pot tafeltennis maar alleen recreatief, wedstrijden zijn te belastend voor mijn hartritme. Ik heb dit vele tientallen keren uitgelegd op onze, overigens gezellige club, maar dit wordt vaak vergeten.
Tijdens mijn herstel merkte ik hoe weinig informatie en steun er was voor mensen zoals ik. Hoe ga je om met de fysieke en mentale gevolgen? Wat betekent het voor je werk, je relaties, je toekomst? Daarom heb ik dit platform opgericht: een plek waar ervaringsdeskundigen hun verhalen kunnen delen, tips kunnen uitwisselen en elkaar kunnen steunen.
Of je nu zelf gereanimeerd bent of iemand in je omgeving hebt die dit heeft meegemaakt, je bent hier niet alleen. Samen maken we revalidatie, herstel en acceptatie bespreekbaar.
Nog bijna wekelijks vragen clubleden: “En Richard ga jij nog competitie spelen?” Ik antwoord dan met een ernstig gezicht: “Nee, ik ga geen wedstrijden spelen” en leg mijn situatie weer eens uit. Natuurlijk ben ik nog elke hartslag dankbaar voor de hulp en steun die ik van de mensen om mij heen heb gehad.
Beleving reanimatie Richard door partner Meriska
Het is natuurlijk héél wat wanneer je zelf gereanimeerd bent en natuurlijk ook voor degene die de reanimatie aan iemand heeft verleend. Dit verdient dus vanzelfsprekend een goede nazorg!
Maar ook de beleving van de partner of naasten is nogal heftig. Daarom wil ik hierbij mijn persoonlijke bevindingen met anderen delen wat betreft het reanimatie proces van Richard en het traject hierna.
Het gebeurde op een avond waarbij wij samen naar de badmintonclub in Papendrecht fietsten. Na een uur badmintonnen zei ik tegen Richard: “Ik zie je thuis straks wel”.
Ik had thuis net een douche genomen en zat op de bank toen twee politieagenten aanbelden en vroegen: “Bent u de vriendin van Richard Koekkoek?”, waarop ik antwoordde: “Ik ben zijn vrouw… is alles goed met hem?” Komt u maar snel mee mevrouw, hij is onwel geworden en ze zijn nu met hem bezig in de sporthal. Toen we met de politie-auto in hoge snelheid aangekomen waren, kreeg ik de vraag of ik er wel bij wilde zijn? Waarop ik te kennen gaf; “Het is toch mijn man”.
De ambulance was reeds gearriveerd en ze waren druk met hem bezig, daarvoor was iemand van de vereniging gelukkig al met het reanimeren begonnen. Daarop gingen Richard en ik samen in de ambulance met sirenes en zwaailichten aan naar het ziekenhuis in Dordrecht. Daar aangekomen namen ze hem direct mee en was ik even alleen en kon ik mijn en zijn vader bellen en ook mijn kringleider (om te bidden voor hem).
Het was nogal spannend! Binnen ongeveer een halfuur arriveerden onze vaders, Richards vader was eerst nog verkeerd gereden door alle commotie!
De arts kwam bij ons om te vertellen dat ze Richard op 36 C graden in kunstmatige coma hielden voor een langere duur om zodoende voldoende te kunnen herstellen. Tevens wisten ze niet wat de eventuele opgelopen schade voor Richard zou kunnen zijn. Die nacht ben ik in het ziekenhuis gebleven maar de volgende morgen in de loop van de dag ben ik naar huis gestuurd om wat te kunnen slapen. In totaal had Richard ruim 3 dagen aan allerlei medische toeters en bellen in coma gelegen en ik deed thuis ‘s nachts bijna géén oog dicht. Er gaat dan van alles door je heen. Ik dacht: ‘mogelijk kan hij niet meer lopen en/of praten?’ als hij bijkomt.
Gelukkig kwam hij er uiteindelijk behoorlijk goed uit en had in eerste instantie niet direct zichtbaar blijvende schade opgelopen.
Wél heeft hij in totaal bijna een maand in het ziekenhuis in Dordrecht moeten doorbrengen. Hij had ook nog 3 dagen in het Erasmus in Rotterdam gelegen waarbij zijn borstkas is open gezaagd en hij 2 omleidingen heeft gekregen. Ook vertelde de arts aan mij dat zijn hart daarvoor moest worden stilgelegd met ijs. De dag van de operatie mocht ik er eigenlijk niet bij zijn, ik ben toen op de fiets naar de Kinderdijk geweest ter afleiding, het was mooi weer die dag. Best eng wel .…..komt alles weer goed op gang erna?
Toen Richard bijkwam na de operatie en uit narcose was het ook weer spannend: “Dit is de slechtste dag van mijn leven”, kermde Richard toen.
Bijna elke dag fietste ik destijds naar Dordrecht om Richard in het ziekenhuis te kunnen bezoeken. Toen hij uiteindelijk naar ons eigen huis mocht was het buiten 37 graden, die eerste dagen bleven wij overdag binnen met ventilatoren aan en gingen we in de ochtend of avond naar buiten voor zijn korte en pijnlijke wandelingetjes.
Het échte revalidatieproces van Richard moest toen nog beginnen eigenlijk. Ook moest hij in de eerste maanden wekelijks naar cardio fitness in het ziekenhuis.
Hoe Richard dit alles uiteindelijk zelf heeft ervaren leest u in zijn eigen persoonlijke bevindingen hierover in “Hier ben ik weer”.
Ik ben dankbaar dat het nu ruim 6 jaar geleden is en wij samen véél dingen weer kunnen doen!
Sinds een aantal jaren volg ik reanimatiecursus in onze regio.
Verder wens ik een ieder sterkte met zijn of haar eigen verwerkingsproces na een reanimatie.
Met hartelijke groet,
Meriska
Op 12 november waren we op de radio van RTV Drenthe. Ook schreven zij een stukje over ons. Zie onderstaande link.
Gevolgen van zuurstoftekort na reanimatie bij Klaas
door Inge Oud
Een familielid van mij kreeg een hartstilstand en werd gereanimeerd. Hij overleefde het. Later gebeurde het nog eens.
Aangezien het zijn hart betrof kwam hij bij een cardioloog terecht. Deze vroeg bij controles alleen maar of zijn enkels opgezet waren en of hij het idee had dat hij vocht vasthield.
Ook al is het niet hun gebied, cardiologen weten wel degelijk dat er bij een hartstilstand zuurstoftekort optreedt. Een tekort van drie tot negen minuten leidt tot onomkeerbare hersenschade.
Er werd echter niks over gezegd. En dat is vreemd. Als iemand een paar minuten zuurstoftekort heeft gehad is de schade meestal niet lokaal, maar ontstaat er overal letsel in het brein. Dit wordt ook wel diffuus hersenletsel genoemd. Dit heeft invloed op cognitie (aandacht, concentratie) en op het geheugen. Maar kan ook veranderingen geven in gedrag en emotie.
Dit familielid, ik zal hem Klaas noemen, had niet alleen cognitieve problemen, maar veranderde ook qua karakter. Vooral zijn vrouw had daar veel mee te maken en moeite mee. Zo kon Klaas zich niet meer goed in haar inleven. Toen zijn vrouw, ik noem haar Eline, een week op Texel was geweest en terugkeerde, kwam het niet in hem op om te vragen hoe ze het had gehad. Hij liep om 14.00 uur ’s-middags nog met zijn pyama aan en had geen idee dat dat niet echt wenselijk was.
Zelf vond Klaas het wel meevallen en dacht nog te kunnen autorijden. Zijn ziekte-inzicht was verstoord. Ook de zelfreflectie. In het voorbeeld van Texel zou iemand bij wie de zelfreflectie nog intact is b.v. kunnen zeggen: “Ach ja, het is heel onattent van mij om niet naar je vakantie te vragen. Ik was even met mezelf bezig. Hoe heb je het gehad.” Deze persoon is in staat te corrigeren. Bij Klaas was het stukje hersenen wat voor zelfreflectie verantwoordelijk is beschadigd. Correctie van gedrag vindt dan niet plaats. Er was ook sprake van ontremd gedrag. Grapjes maken die net niet kunnen en b.v. luidruchtig zijn wanneer het niet gepast is.
Klaas had geen lijdensdruk en was eigenlijk wel happy met hoe alles ging. Op zich is dat mooi. Eline liep echter enorm tegen zijn veranderde gedrag aan. Uiteindelijk heeft Klaas een indicatie gekregen voor een verzorgingstehuis met zorgmogelijkheden. Er wonen daar meer mensen met NAH. (Niet Aangeboren Hersenletsel)
Terugkomend op de cardioloog. Ik begrijp dat deze zich alleen op zijn eigen gebied wil begeven, en dat hij geen neuroloog is. Vertel dan in ieder geval dat er na zuurstoftekort ook andere dingen kunnen optreden. Zoals problemen met cognitie en verandering in gedrag en emotie. Dat de patiënt en zijn familie dan niet bij hem/haar terecht kan, maar wel ergens anders. B.v. bij een neuroloog. Dan kan er, indien wenselijk, een neuropsychologisch onderzoek (NPO) afgenomen worden. Dit onderzoek legt veranderingen in cognitie uitgebreid bloot. En dan zou de patiënt wellicht in aanmerking kunnen komen voor cognitieve revalidatie, met als doel met de veranderingen leren om te gaan.
Vraag op de poli even wat meer door, denk ik dan, opdat deze mensen bij de juiste specialisten, artsen en therapeuten terecht komen. Nu modderen mensen vaak zelf maar wat aan, niet wetende dat ze wel degelijk gerichte hulp kunnen krijgen. Dit geldt voor zowel degene met het letsel, als de partner en/of het gezin.
Ik werk nu zo’n 35 jaar met vooral partners en gezinnen van mensen met hersenletsel, waarvan 15 jaar in mijn eigen praktijk. Ik krijg bijna geen doorverwijzingen van gevolgen van zuurstoftekort na reanimatie. Terwijl die mensen er in grote getalen zijn. En ik weet dat die mensen tegen heel veel dingen aanlopen. Het is duidelijk nog niet erkend en het wordt heel vaak niet herkend.
Het wordt tijd dat hier verandering in komt!!!
Inge Oud
Partner- en relatiebegeleiding bij NAH
5 mei 2020 te horen gekregen dat je PLN (genetische hartspierziekte) hebt. Maar desondanks je toch goed voelen en niet wetende wat er 10-06-2020 zou gaan gebeuren……. Heb je het aan voelen komen? Hoe voelde je je voordat het ging gebeuren? Allemaal vragen die ik naderhand gesteld kreeg. Mijn antwoord: Nee, ik voelde het niet aankomen, ik voelde me juist goed!
Ik was thuis en zat op de bank te praten met mijn man. Ik weet nog dat de tijd tegen 18:00 uur was. Plotseling kreeg ik vanuit m’n rechteroog sterretjes te zien en *BAM* alles werd zwart voor m’n ogen. Daarna weet ik niets meer, ben een stuk van de film kwijt. Achteraf maar beter ook…… Het bleek dat ik een hartstilstand had gehad. Mijn man is mij gelijk gaan reanimeren. 112 werd gebeld en dan gaat er ook een oproep uit naar de burgerhulpverlening met mededeling hartstilstand, geen circulatie, geen ademhaling meer, AED noodzakelijk en hulp met reanimeren. 1 burgerhulpverlener is mijn achterbuurman en was er als eerste bij en heeft geholpen met de reanimatie.
Binnen 3 minuten waren ook vier andere burgerhulpverleners met een AED, ter plaatse om te helpen. Na 2 schokken van de AED was ik er weer! Niet in bewustzijn dat ik er echt bij was, maar dat er weer circulatie was van bloed en zuurstof door m’n lichaam en ademhaling. Toen het ambulancepersoneel aankwam was ik gelukkig weer stabiel. En ben daarna met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht waar ikzelf ’s avonds rond 21:30 uur op de hartbewaking bijkwam.
Het besef kwam nog niet echt binnen van wat er allemaal gebeurd was, maar gaandeweg de dagen erna zeker wel! Dankzij het kordate en snelle optreden van mijn man, de burgerhulpverleners en de schokken van de AED, kan ik godzijdank zelf dit verhaal met jullie delen.
Gelukkig heb ik geen beperkingen in de zin van hersenbeschadiging opgelopen door het snelle handelen van iedereen! Duidelijk mag zijn dat een netwerk van burgerhulpverleners meer dan noodzakelijk is! En het beschikbaar zijn van diverse AED’s in het dorp! Een ieder die bij mijn reanimatie was ben ik ontzettend dankbaar, dat weten ze. De AED-club, zoals ik ze noem, heb ik mogen ontmoeten en we konden onze verhalen met elkaar delen wat heel fijn is geweest.
Inmiddels heb ik een donorhart mogen ontvangen en mag ik mijn leven weer leven! Ik ben dankbaar voor m’n leven met alle lieve mensen om me heen! En geniet van elke dag, want er is elke dag wel iets om te lachen en van iets moois te genieten! Lieve groet, Patricia Hut,
Bekijk het heldere en indringende verhaal van Fokke op onderstaande video
Bekijk het interview met Wilma
🌸 Sandra (45): ‘Ik werd opnieuw geboren, maar met littekens’
Reanimatie in eigen keuken – en een nieuw begin
Op een doodgewone dinsdagochtend zakte Sandra in elkaar in haar keuken, net nadat ze de boodschappen had gedaan. Haar man, net thuis van zijn nachtdienst, vond haar bewusteloos op de vloer. Dankzij snelle reanimatie en een vlotte ambulance-inzet overleefde ze.
Wakker worden in een onbekend lichaam
Na enkele dagen in coma werd Sandra wakker in het ziekenhuis. “Ik wist niet waar ik was of wat er was gebeurd. Alles voelde anders – mijn hoofd, mijn lichaam, mijn geheugen.” Ze had een hartstilstand gehad door een onbekende hartritmestoornis en kreeg een ICD geplaatst.
Revalideren in lichaam én geest
De maanden erna stonden in het teken van herstel. Niet alleen fysiek, maar vooral mentaal. Sandra kampte met geheugenverlies, prikkelgevoeligheid en vermoeidheid. “Ik was mezelf kwijt. Mijn brein werkte niet meer zoals ik gewend was. Dat was eng én frustrerend.”
Verlies van werk, maar een nieuw doel
Het lesgeven aan kinderen lukte niet meer. Sandra koos uiteindelijk voor een nieuwe richting: ze werd ervaringsdeskundige en deelt haar verhaal met zorgverleners. “Als ik anderen hiermee kan helpen, is mijn ervaring niet voor niets geweest.”
Leven na reanimatie
Drie jaar later is Sandra een andere vrouw. Ze werkt deeltijd, wandelt dagelijks en schrijft een boek over haar ervaringen. “Ik heb mezelf opnieuw moeten uitvinden. Dat is moeilijk, maar het maakt me ook trots.” Bron: chatGPT 270525.
🚴♂️ Johan (59): ‘Ik dacht dat ik gezond was’
Een hartstilstand op de fiets veranderde alles
Johan was sportief, fietste wekelijks met vrienden en voelde zich topfit. Tot die ene ochtend, tijdens een klimmetje, waarop hij ineens in elkaar zakte. Zijn fietsvrienden redden zijn leven met snelle reanimatie. Hij werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht.
Onverwachte oorzaak
In het ziekenhuis bleek een ernstige vernauwing in zijn kransslagaders de boosdoener. Nog dezelfde dag werd hij gedotterd. “Ik had nooit klachten. Ik sportte, at gezond… en toch zat ik dicht bij de dood.”
Emotionele impact
Het fysieke herstel ging moeizaam, maar vooral de emotionele klap kwam hard aan. Johan worstelde met angst en onzekerheid. “Ik was ineens bang om alleen te zijn, bang om weer weg te vallen. Ik voelde me geen man meer, geen sterke vent.”
Moeilijke gesprekken
Ook zijn relatie kwam onder druk te staan. “Mijn vrouw was bang, ik was gefrustreerd. We moesten opnieuw leren communiceren. Gelukkig vonden we hulp bij een therapeut.”
Nieuwe balans
Hij hervond zichzelf via wandelingen, yoga en door zijn verhaal te delen bij sportclubs. “Ik spreek nu over reanimatie, AED’s en preventie. Mijn redding begon met kennis. Die kennis wil ik nu doorgeven.” Bron ChatGPT 270525.
🎨 Marc (33): ‘Van coma naar comeback’
Een plotselinge hartstilstand op vakantie
Marc kreeg op vakantie in Spanje een hartstilstand, midden op een terras. Omstanders, waaronder twee artsen, begonnen direct te reanimeren. Dankzij hen en snelle medische zorg overleefde hij. Maar zijn leven veranderde radicaal.
Wakker worden in een nieuw leven
Marc lag vijf dagen in coma. Toen hij wakker werd, kon hij nauwelijks praten, had geheugenproblemen en moest opnieuw leren lopen. “Ik was 33, maar voelde me als een kind in revalidatie. Alles was moeilijk, alles deed pijn.”
Verlies van werk en relatie
Zijn baan als ICT-consultant moest hij opgeven. Zijn relatie hield geen stand. “Ik verloor bijna alles wat mijn identiteit bepaalde.” Maar hij vond langzaam een nieuwe weg — via kunst.
De kracht van creativiteit
Marc begon te schilderen, aanvankelijk als therapie. Het werd zijn nieuwe passie. Hij exposeert zijn werk en geeft lezingen over hersenletsel na reanimatie. “Ik presteer niet meer zoals vroeger, maar ik lééf wel, intenser dan ooit.”
Een ander leven, een andere ik
Vandaag de dag leeft Marc van zijn kunst en spreekt hij met jongeren over wat het betekent om opnieuw te moeten beginnen. “Ik ben herboren. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik geen keuze had. En ik ben sterker dan ooit.” Bron ChatGPT 270525.
🔁 Herken jij je in deze verhalen?
Heb jij ook een hartstilstand overleefd? Of ben je een naaste van iemand die dat meemaakte? Bij ons Op Hier Ben Ik Weer! vind je herkenning, steun en informatie. Samen maken we zichtbaar wat het betekent om weer op te staan na zo’n ingrijpende ervaring.